HISTORIEK > OORSPRONG
Na de Duitse inval op 2 augustus 1914 werd het Belgische leger teruggetrokken achter de IJzer en werd overgegaan tot een volledige reorganisatie van de strijdkrachten. Ook de “Compagnie des Aviateurs” die zich na de terugtocht in Saint-Pol-Sur-Mer bij Duinkerken (Fr) bevond, onderging een wijziging. De “Compagnie” werd ontbonden en tegelijk werd de “Aviation Militaire” opgericht, nog altijd als onderdeel van de Genie, met vijf smaldelen. Het is als gevolg van deze reorganisatie dat de luchtmachtbasis van Koksijde geboren werd. Naast een vliegveld bij de Generale Staf in Houtem werd in de omgeving van de hoeve “Ten Bogaerde” te Koksijde een terrein gekozen voor de aanleg van een vliegveld ter vervanging van St.-Pol-Sur- Mer.
Reeds in het voorjaar van 1915 werd begonnen met de werken die zich beperkten tot het effenen van de grond, het dempen van grachten en het vellen van bomen.
Om vliegtuigen en personeel te beschutten werden een twaalftal tenten van het Bessoneau type en enkele barakken opgetrokken.
Van in het begin werd het vliegveld bezet door drie smaldelen:
- het 1ste Smaldeel (1Smd), onder bevel van Cdt Desmet, werd ingezet als Jacht- en Luchtfotografie smaldeel met zes Farman HF20 en één Nieuport 10.
- Het 2de Smaldeel (2Smd), onder bevel van Kapt Isserentant, werd ingezet als Jachtsmaldeel met vijf Fram en één Nieuport.
Dit smaldeel bestond voornamelijk uit burger-vrijwilligers die reeds voordien een belangrijke rol speelden in de ontwikkeling van de luchtvaart, ondermeer de Antwerpse duivel Jan Olieslagers.
- het 3de Smaldeel (3Smd), onder bevel van Commandant Dhanis, werd ingezet als observatie eenheid met vijf Voison Canon.
Regelmatig werd het vliegveld ook gebruikt door Franse en Britse eenheden. Welke Franse eenheden is niet echt precies bekend, maar uit de archieven blijkt dat er in 1917 een Franse eenheid verbleef met Caudron vliegtuigen.
De Britse eenheden maakten deel uit van zowel het Royal Flying Corps als de Royal Naval Air Service, waarvan het 1st, 3rd, 8th en 10th Naval Squadron met zekerheid een tijdlang vanaf Koksijde opereerden met Nieuport en Sopwith vliegtuigen.
Het was ook vanaf Koksijde dat de eerste Belgische luchtoverwinning van de oorlog werd behaald: op 17 april 1915 slaagde Kapt Jacquet van het 1Smd erin om met zijn waarnemer, Lt Vindevoghel, aan boord van een Farman een Duitse Aviatik neer te halen boven de gemeente Beerst.
Vanaf mei 1915 werden de Farman toestellen stilaan vervangen door Nieuport 10 die op hun beurt in 1916 werden vervangen door Nieuport 11C1.
Door de nabijheid van het front werd Koksijde herhaaldelijk gebombardeerd door de Duitse artillerie zodat naar een nieuwe vestigingsplaats werd uitgekeken die in de nabijheid van de Franse grens werd gevonden: het vliegveld van de Moeren.
In juni 1916 verlieten het 1ste en 2de Smd definitief Koksijde, inde herfst van 1917 gevolgd door het de 3de Smd. Na het vertrek van het 3de Smd bleef het vliegveld ongebruikt achter.
Alhoewel in de twintiger jaren gedacht werd aan de aanleg van een burgervliegveld om de economische ontwikkeling van de streek te bevorderen waren het echter de Duitsers die in 1940 begonnen met de opbouw van het vliegveld op de huidige locatie.